Luitenant-kolonel Berthiaux, commandant van de 59 Fransen in Uruzgan. Tsjechen, Fransen en Slowaken nemen in Uruzgan werk over van Nederlanders. foto Cynthia Boll/GPD
Sergeant Tomas en sergeant Radek kijken tegen een zandstorm aan.
De dikke gele wolk Afghaans stof maakt het uitzicht voor de twee Tsjechen in de wachttoren bij de Nederlandse basis in Deh Rawod nog saaier.Af en toe rijdt een pantservoertuig de poort uit om aan een patrouille te beginnen. De sergeants staren de wagens vol Nederlanders jaloers na.
"Zouden wij ook wel willen", zegt Tomas. "Maar ons werk is hier." Sinds begin juli bewaken 61 Tsjechen Kamp Hadrian in Uruzgan. Ze zitten de hele dag op wacht. Zes uur op, zes uur af.
Zeven maanden lang, zonder verlof. En ze vervelen zich dood. De dreiging is in Deh Rawod op het moment gering.
Het werk is eentonig. Een ritje door een groene vallei vol talibanstrijders begint na een paar maanden stof happen op een wachttoren als een leuk uitstapje te klinken. "Het is gevaarlijker, maar we willen toch", zegt Radek.
Het was een cruciaal punt in het parlementsdebat over de verlenging van de missie in Afghanistan. Zouden andere landen bijspringen om de taak van de Nederlanders te verlichten?
Een deel van de Tweede Kamer ging overstag na de belofte van het kabinet dat het aantal soldaten in Uruzgan in twee jaar tijd van ruim 1.300 naar ruim duizend zal worden teruggebracht, vooral dankzij de toezeggingen van Frankrijk, Tsjechië en Slowakije.
Inmiddels is de aflossing er, maar substantiële troepenvermindering laat voorlopig op zich wachten. De Slowaken en Tsjechen nemen taken over van Nederlandse wachtpelotons die tijdelijk extra waren ingevlogen. België heeft begin september vier F16's gestuurd, in ruil waarvoor Nederland er twee terugtrekt.
Dat leidt er hooguit toe dat een handvol Nederlanders in de provincie Kandahar naar huis kan. Eenheden van het Franse Vreemdelingenlegioen en mariniers coachen sinds eind augustus het Afghaanse nationale leger (ANA), werk dat eerst werd gedaan door Nederlandse mariniers. Dat heeft tot een troepenreductie van ongeveer vijftig man geleid.
Het scheelt wel dat de Tsjechen er zijn, zegt majoor Tabe in Deh Rawod. De compagniecommandant heeft daardoor een paar man extra de poort uit kunnen sturen om een vooruitgeschoven post te versterken die continu onder druk staat, omdat die in een doorvoerroute van de taliban ligt.
Zoals alle Nederlandse commandanten heeft hij niet het gevoel dat hij mensen naar huis kan sturen; hij komt eerder handen te kort. "Als we ons veel laten zien bij de lokale bevolking kunnen we hier onze positie versterken. Als je er bent, voelen ze zich veilig en ontneem je de voedingsbodem voor de taliban. Dat zou ik het liefst intensiveren door meer 'boots on the ground' te hebben." Het vele werk doet nu 'wel eens een beetje pijn bij de maten'.
Om een groter gebied te kunnen bestrijken moet majoor Tabe wachten op meer Afghaanse militairen en betere politie. Dat gaat vooruit, maar erg langzaam. "Met meer internationale troepen zou dat veel, veel, veel, veel sneller gaan."
In tegenstelling tot de Tsjechen genieten de Fransen met volle teugen van hun klus. "Hinderlagen, veel stress, oorlogsomgeving", somt commandant luitenant-kolonel Berthiaux met glimmende ogen op. "Érg interessant."
De 59 Fransen werken vooral op de vooruitgeschoven bases aan de randen van door coalitietroepen gecontroleerde gebied. Ze leiden Afghaanse militairen op. Die kunnen nog veel leren over planning en logistiek, vertelt Berthiaux. "Ze hebben gebrek aan zware wapens en trucks."
Op het Afghaanse nationale legerkamp naast de Nederlandse basis is te zien dat de Afghaanse soldaten meer ontberen. Ze hebben zó weinig leefruimte dat ze op de daken van hun barakken slapen en kijken met angst uit naar de naderende winter.


Sorteer reacties
Heeft u nieuws, tips of foto's?















