Alexandra Helders met haar dochter Marit en doula Annieck Rietbergen. 'Pufmaatje' Rietbergen hielp Helders met haar bevalling. foto David van Dam/GPD
De doula, ook wel bevallingscoach of pufmaatje genoemd, verovert langzaam maar zeker een eigen plek aan de zijde van barende vrouwen. „Sommige verloskundigen voelen zich bedreigd.”
Zie ook:
De eerste bevalling van Alexandra Helders was een hel. Daar lag ze dan in een vreemd ziekenhuis met verloskundigen die nauwelijks tijd voor haar hadden. „De angst sloeg me om het hart”, blikt de moeder uit Oude<WC>r<WC1>kerk aan de IJssel terug. „Je bent een nummer in een kamer.”
Dat nooit meer, besloot ze. Bij haar tweede bevalling twaalf weken geleden schakelde ze doula Annieck Rietbergen in. Deze bevallingscoach is zelf moeder van zeven kinderen en kent het klappen van de zweep. „Zij zorgde voor zo’n ontspannen sfeer door op me in te praten en gerust te stellen. Ze bleef de hele tijd bij me.”
In Nederland is de doula, oud- Grieks voor ‘dienende vrouw’, bezig aan een voorzichtige opmars aan het kraambed thuis en in ziekenhuizen. Het fenomeen valt nog het best te omschrijven als een bevallingscoach die de steun en toeverlaat is van een barende vrouw. Ze heeft zelf kinderen gebaard en is niet te verwarren met een verloskundige of kraamverzorgende. De doula heeft geen klinische opleiding en mag geen medische handelingen verrichten. Wel masseert de doula, spreekt moed in en zorgt ervoor dat de barende vrouw niets tekortkomt.
Sinds het beroep in 2006 vanuit de Verenigde Staten overwaaide naar Nederland zijn er volgens de Nederlandse Beroepsvereniging voor Doula’s tachtig tot honderd van deze bevallingscoaches actief op commerciële basis. Daarnaast werkt het Universitair Verloskundig Centrum in Utrecht volgens het doulaprincipe van constante, persoonlijke aandacht tijdens de bevalling en start het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) binnenkort het eerste Nederlandse onderzoek naar de effectiviteit van een doula.
Diverse Amerikaanse onderzoeken hebben al uitgewezen dat deze vorm van zorg leidt tot minder keizersnedes, tangverlossingen en ruggenprikken. Maar Nederland is niet direct te vergelijken met Amerika vanwege het hoge aantal thuisbevallingen in Nederland.
Daarom wil het LUMC weten of de inzet van een ‘lekendoula’, een zus of vriendin die na een korte training bij het kraambed staat, zin heeft. Zorgverzekeraar Achmea ziet er wel brood in en sponsort het onderzoek.
Want als de doula daadwerkelijk leidt tot minder complicaties dan scheelt dat een smak geld, voorspelt een Achmea-woordvoerder. „Bovendien biedt de inzet van een lekendoula mogelijk een bijdrage aan het oplossen van het tekort aan kraamverzorgenden.”
Jos Becker-Hoff, directeur van de beroepsvereniging van verloskundigen KNOV, volgt de opmars van de doula met ‘de nodige scepsis’. „Intensieve begeleiding is prima, maar je kan niet zomaar iedereen inzetten.”
De spoedcursus van een vriendin of zus weegt volgens hem niet op tegen de jarenlange training van verloskundigen en kraamverzorgenden. Het idee dat de doula het tekort aan kraamverzorgsters kan helpen oplossen klinkt de KNOV- directeur daarom onrealistisch in de oren.
Andere critici vinden dat het met nog een persoon erbij te druk wordt bij de bevalling. „Verloskundigen voelen zich vaak bedreigd door een doula”, beseft Thea van Tuyl, die de Nederlandse tak van het European Network of Childbirth Associations (ENCA) opzette. „Maar verloskundigen doen puur de medische kant. Daar heeft een doula niets over te zeggen.” Het gaat juist om de ontspannen sfeer, weet moeder Alexandra. „Bij mijn tweede bevalling had ik daarom geen pijnbestrijding nodig en was ik veel rustiger. Het liefst had ik al bij mijn eerste bevalling een doula gehad.”
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.

Niet beschikbaar!

Sorteer reacties















