Een Poolse leerling met rechts naast hem een jongen uit Bulgarije krijgen uitleg van de juf. De kinderen uit de nieuwe EU-lidstaten vullen de schakelklassen voor nieuwkomers die nog geen Nederlands spreken. foto Cees Zorn/GPD
12 apr 2008, 10:07 - Veni (11) uit Bulgarije is snel. Acht maanden in Nederland en hij spreekt al behoorlijk Nederlands.
Handig voor juf Geraldine Jongejan, want daardoor kan Veni af en toe vertalen voor de twee andere Bulgaarse jongetjes in de schakelklas van De Kameleon, een basisschool in de Rotterdamse wijk Charlois. Die twee begrijpen nog vrijwel niets van wat Jongejan ze met gebaren en plaatjes probeert duidelijk te maken. Snel afgeleid dwalen hun blikken door het lokaal. Hun sjofele kleding verraadt armoede.Begin dit jaar meldden zich bij de Kameleon opeens zoveel kinderen uit Polen, Bulgarije en Hongarije, dat de school de noodklok luidde. De gemeente subsidieerde daarop een tweede 'schakelklas', voor kinderen die net in Nederland zijn en de taal nog niet spreken.
"Eigenlijk is zelfs een derde nodig", zegt directeur Marjan de Willigen. Een deel van de kinderen met taalachterstanden zit nu noodgedwongen in reguliere klassen. Op het schoolplein in de Rotterdamse immigrantenwijk steken de Bulgaren en Polen blank af.
Met hun komst kleurt de 'zwarte school' langzaam weer wit.
Landelijk steeg het aantal Poolse kinderen op Nederlandse basisscholen van 747 in 2003 naar 1690 in 2007. Het aantal Bulgaren is sinds de EU-toetreding van het land in 2007 bijna verdubbeld: van 200 in 2006 naar 362 in 2007. De nieuwkomers wonen en leren vooral in de grote steden en in landbouwgebieden waar veel werk is, zoals in de gemeente Maasdriel.
De gemeente Rotterdam heeft aangekondigd het aantal schakelklassen komend jaar uit te breiden van 58 naar 68, grotendeels in verband met de toestroom uit Centraal- en Zuid-Oost-Europa.
Voor Leefbaar Rotterdam bewijzen de inschrijvingen op basisscholen dat Oost-Europeanen naar Nederland zijn gekomen om te blijven en niet als tijdelijke arbeidskrachten. De in omvang tweede politieke partij in de stad wil een 'Polenquotum'. Landelijk pleit ook de SP daarvoor. "Het absorptievermogen heeft zijn grenzen bereikt", zegt Leefbaar gemeenteraadslid Marianne van den Anker. Hoogopgeleide Polen verkiezen volgens haar Engeland boven Nederland. "Díe mensen zouden een welkome aanvulling zijn. Wij krijgen toch weer een deel van de onderklasse."
Schooldirecteur De Willigen van de Kameleon ziet dat anders. "Poolse ouders zijn opgeleid en betrokken. Ze komen op activiteiten en ouderavonden." In de lerarenkamer van De Kameleon regelt 'hulpouder' Dorota Fialkowska de koffie. Fialkowska was in Polen lerares, maar haar Nederlands is niet goed genoeg om hier les te mogen geven. Ze helpt Poolse en Bulgaarse ouders in hun contact met de gemeente, school en soms bij het zoeken naar huisvesting. Met de Bulgaren spreekt ze Russisch.
Polen blijven, Bulgaarse kinderen verdwijnen vaak halverwege het schooljaar weer, signaleren directeur De Willigen en Arie van den Berg. Van den Berg is docent en ontwikkelt daarnaast lessen voor nieuwkomers.
Bulgaren mogen vrij naar Nederland reizen, maar hebben in tegenstelling tot bijvoorbeeld Polen nog geen onbeperkt recht hier te werken en wonen. In de praktijk pendelen ze meer en gaan de kinderen mee.
"Heel erg", zegt Van den Berg. "Die kinderen kunnen zich nergens echt hechten. Als ze ooit bij ons terugkomen, kun je weer van voorafaan beginnen."
Henk Landman, directeur van basisschool Jan Ligthart in de Haagse Schilderswijk, noemt de Polen en Bulgaren in Nederland nadrukkelijk 'harde werkers'. Hij omschrijft ze echter ook als mensen die geld verdienen ten koste laten gaan van het gezinsleven.
"Het zijn geen voorbeeldgezinnen. Soms worden kinderen gewoon bij ons gedropt." De schooldirecteur geeft schrijnende praktijkvoorbeelden. Een jongetje van zes stond met een sigaret in zijn hand op het station te bedelen en werd door een moeder uit de buurt naar de school gebracht. "Hij had niets. Bittere armoede. Voor hem moeten wij dan zien te zorgen." Toen hij een Bulgaarse moeder naar het schoolverleden van haar tienjarige dochter vroeg, vertelde de moeder – via een tolk – dat het meisje het laatste anderhalf jaar olijven had geplukt in Spanje.
Landman wil nadrukkelijk niet op één hoop worden gegooid met Leefbaar Rotterdam, maar herkent zich 'volkomen' in het beeld dat er een nieuwe onderklasse ontstaat. "Ik ben niet tegen het openstellen van de grenzen. Dat moet gewoon. Maar ik vrees wel dat we er niet op zijn ingericht."



Heeft u nieuws, tips of foto's?














